Edities op komst
Jan Alensoons verslag van zijn Grand Tour in 1723-1724
Bewerker: dr. Helen Metzelaar
“Het raarste dat mij hier voorkwam was dat ik te Montefiascone, alwaar
de alleraangenaamste en beste witte wijn van geheel Italie was, oover
taafel in de herberg de allerslegste en suurste wijn heb moeten drinken
die ik ooijt geproeft heb.”
In 1723-1724 reisde de Leidse jurist Jan Alensoon via België en
Frankrijk naar Italië, waar hij negen maanden rondreisde voordat hij
terugkeerde via Zwitserland en Duitsland. Het was zijn Grand Tour, de
uitgebreide reis die door jonge mannen werd gemaakt als afronding van
hun vorming. Voor Alensoon kwam deze Grand Tour betrekkelijk laat; kort
na vertrek uit Leiden werd hij veertig jaar.
Zijn verslag van deze reis
toont een haast onbegrensde aandacht voor cultuur. Nauwkeurig beschreef
hij diverse oude Romeinse ruines met veelvuldig verwijzingen naar
contemporaine reisgidsen. Ook had hij een grote belangstelling voor de
architectuur van Italiaanse kerken en paleizen. Hij genoot van vele
kunstverzamelingen en in Venetië bezocht hij meerdere malen de vermaarde
Rococo-schilder Rosalba Carriera. In Milaan ging hij naar de Bibliotheca
Ambrosiana, terwijl hij in Rome zijn aandacht concentreerde op
Oudromeinse en Renaissance grafinscripties.
Ook ging hij graag naar
opera’s en privé-concerten bij welgestelde muziekliefhebbers.
In zijn
verslag beschreef hij zijn ontmoetingen met diverse componisten en
musici. Zo maakte hij uitgebreid kennis met de in zijn tijd bekende
castraatzanger Carlo Scalzi en bezocht hij in Venetië meerdere malen
de
componist Benedetto Marcello.
Zelf was hij een gevorderde amateurzanger
met een bijzonder grote stemomvang. In Milaan ging hij naar het
vrouwenklooster Sint Radegonda waar hij gezellig met de nonnen
musiceerde. Tijdens zijn hele reis etaleerde hij vele malen vol trots
zijn zangkunst in een compositie voor sopraan en bas, waarbij hij razend
snel tussen beide partijen wisselde.
Musicoloog en fluitist Helen Metzelaar werkt als gastonderzoeker aan
de
Universiteit van Amsterdam. Onlangs verzorgde zij een kritische editie
van opus 2 en 4 van de weinig bekende achttiende-eeuwse Nederlandse
componiste Josina van Boetzelaer (Utrecht: KVNM 2007). Zij is
gepromoveerd op het proefschrift /From Private to Public Spheres:
Exploring Women's Role in Dutch Musical Life from c.1700 to c.1880 and
Three Case Studies/ (Utrecht 1999).
Jan Alensoons ruime aandacht voor
muziek en het muziekleven aan het begin van de achttiende eeuw deed haar
besluiten zijn reisverslag te bewerken voor publicatie.
Het levensverhaal van Adriaan van der Willigen (1766-1841)
Bewerkers Lia van der Heijden en Jan Sanders.
Adriaan van der Willigen werd in 1766 in Rotterdam geboren. Kort daarna
stierven zijn moeder en zijn zus. Als enige erfgenaam kreeg hij zo de beschikking
over een groot familiefortuin, waar hij zijn verdere leven op kon teren.
Zijn vader hertrouwde en kreeg bij zijn tweede vrouw verscheidene kinderen.
Adriaan raakte al snel in onmin met zijn vader wegens het strenge protestantse
milieu waarin hij opgevoed werd. Via een militaire loopbaan wist hij hieraan
te ontsnappen. Hij werd gelegerd in Nijmegen, Arnhem, Grave en 's-Hertogenbosch.
Na een korte tijd als landbouwer in Oss gewoond te hebben, vestigde hij
zich in 1792 in Tilburg, waarvan hij later tot 1802 drost was. Van 1802
tot 1805 woonde hij in Parijs, waar vooral het toneel zijn grote aandacht
had. Vanaf 1805 vestigde hij zich in zijn geliefde Haarlem waar hij tot
zijn dood zou wonen. Daar schreef hij zijn grote vierdelige werk over de
schilderkunst in de Lage Landen en was hij erg actief in het culturele leven.
Naast de toneel- en de schilderkunst had hij een passie voor reizen.
Hij bezocht Duitsland, de Zuidelijke Nederlanden, Frankrijk, Italië,
Zwitserland en Engeland. Verscheidene van zijn reisverhalen werden tijdens
zijn leven in druk uitgegeven. Ook in eigen land maakte hij vele uitstapjes
met veel oog voor detail en anekdote.
Hij heeft zijn levensverhaal in vijf delen opgeschreven. In totaal beslaan ze ruim 1300 pagina's, vanaf zijn geboorte tot aan zijn dood. Drie delen berusten al ruim een halve eeuw in een openbare archiefbewaarplaats, de overige twee zijn nog in particulier bezit. Ze geven een heel persoonlijke kijk op de maatschappij, van een verlichte patriot tot een koningsgetrouwe onderdaan. Zijn brede belangstelling zorgt voor een breed scala aan onderwerpen in zijn geschriften.
Drs. Lia van der Heijden studeerde Nederlands aan de Universiteit
van Amsterdam (afstudeerscriptie over Adriaan van der Willigen), was enige
jaren werkzaam voor de Stichting Egodocument en was tot voor kort verbonden
als coördinator genealogische databank aan het Brabants Historisch
Informatie Centrum te 's-Hertogenbosch (BHIC).
Dr. Jan Sanders studeerde geschiedenis aan de Rijksuniversiteit van Leiden
met als hoofdvak Middeleeuwen en werkt momenteel bij het bovengenoemde
BHIC als adjunct directeur, rijksarchivaris in Noord-Brabant en archivaris
van de eraan verbonden gemeenten en waterschappen.
